Dit artikel is geschreven door de projectgroep Circulair van Rijkswaterstaat.
De deelnemende kantoren vergeleken hun afvalsituatie met het gemiddelde en met andere kantoren. In een gezamenlijke slotbijeenkomst zijn de verschillen en overeenkomsten geanalyseerd en zijn tips uitgewisseld. In dit artikel delen we geanonimiseerde resultaten en bevindingen.
Scope van de afvalbenchmark
De afvalbenchmark richt zich op bedrijfsafval. Gevaarlijk afval valt buiten de scope. Ook bouw- en sloopafval is niet meegenomen, omdat deze afvalstroom sterk fluctueert door renovatieprojecten en vaak door aannemers wordt afgevoerd.
Afval eerlijk vergelijken
Omdat dit de eerste afvalbenchmark voor kantoren is, is gezocht naar een geschikte vergelijkingsbasis. Het afval is vergeleken op basis van:
- kilogram afval per m² vloeroppervlak
- kilogram afval per medewerker (fte)
- kilogram afval per aanwezige (werkplekken × bezettingsgraad)
Het aantal kilogram afval per m² bleek dichter bij elkaar te liggen dan per medewerker. De vergelijking per ‘aanwezige’ gaf het meest gelijkmatige beeld. Er was één duidelijke uitschieter met veel meer kilogram afval per aanwezige. Zonder deze uitschieter liggen de hoogste en laagste waarde een factor 4,4 uit elkaar (figuur 1).

Gemiddeld komt er bij de deelnemende kantoren 187 kg afval per aanwezige per jaar vrij. Dat komt neer op ongeveer 720 gram per persoon per werkdag. De deelnemers vonden dit opvallend hoog. Dat komt waarschijnlijk doordat een groot deel van het afval buiten het zicht van medewerkers ontstaat, zoals verpakkingen, meubilair, archiefmateriaal, koffiedrab en keukenafval.
De hoeveelheid afval per aanwezige is in 2024 met 12% gedaald ten opzichte van 2023 (figuur 2). Bij negen kantoren nam het afval af, bij vier nam het toe. De forse daling wordt vooral veroorzaakt doordat één van de grootste deelnemers het afval met 25% wist te reduceren. Bij andere deelnemers lag de hoeveelheid afval in 2024 juist hoger door een verhuizing of een eenmalige opruiming. Voor deze organisaties zal pas in volgende jaren duidelijk worden wat de structurele trend is.

Afvalscheiding
Gezamenlijk zamelden de kantoren achttien verschillende afvalstromen in. Deze zijn gegroepeerd in acht hoofdcategorieën: biogeen, papier en karton, kunststof, glas, restafval, hout, ICT en WEB, en metaal (figuur 3).
Het gemiddelde afvalscheidingspercentage bedroeg in 2024 58%. Dat betekent dat 42% van het afvalgewicht restafval was. Papier en karton vormt met 33% de grootste afvalstroom. Deze stroom is doorgaans goedkoper dan restafval, maar vertrouwelijk papier is juist relatief duur. Bij vier deelnemers is de hoeveelheid vertrouwelijk papier groter dan die van regulier papier en karton. Het verminderen van vertrouwelijk papier is lastig, omdat wet- en regelgeving sommige organisaties verplicht documenten te printen.

Kantoren met een hoog scheidingspercentage hebben vooral veel biogeen afval en papier en karton, maar ook kunststofverpakkingen dragen bij. In figuur 3 komt papier en karton als grootste gescheiden afvalstroom naar voren, mede doordat enkele kantoren in 2024 grote archiefopruimingen hadden. Bij bijna de helft van de organisaties is de hoeveelheid biogeen afval groter dan die van papier en karton. Kunststofafval (PMD) vormt een relatief kleine fractie in gewicht, maar neemt een groter aandeel in volume in doordat het soortelijk gewicht lager is.
Afvalbakken op de werkplek zijn zeldzaam; vrijwel alle kantoren werken met centrale afvaleilanden. Medewerkers kunnen daar doorgaans papier en karton, PD, swill/GFT en restafval scheiden. Een belangrijke wijziging in 2024–2025 was het verbod op wegwerpbekertjes. Verschillende kantoren hebben het bijbehorende afvalcompartiment vervangen door andere afvalstromen, zoals kleine kartonnen verpakkingen, pennen en markers of statiegeldverpakkingen.
Afvalsorteerproeven
Afvalsorteerproeven van het restafval zijn in opkomst. Zes van de dertien kantoren hebben deze al uitgevoerd of laten uitvoeren; drie andere kantoren zijn dit van plan in 2025–2026. Sorteerproeven maken zichtbaar wat verkeerd wordt weggegooid, zoals statiegeldverpakkingen in het restafval. Ze leveren ook ideeën op voor afvalvrije oplossingen, zoals handdrogers in plaats van papieren handdoekjes, en laten zien welke afvalstromen apart ingezameld kunnen worden, zoals pennen en markers.
Ook focus op minder afval
Naast beter scheiden zetten de deelnemers ook in op afvalpreventie. Zo wordt voedselverspilling verminderd door centrale banqueting toe te passen in plaats van levering in vergaderzalen. Kantoren gaan in gesprek met leveranciers over producten zonder extra verpakking, bijvoorbeeld bij koffie. Daarnaast wordt ingezet op circulair inkopen en hergebruik van meubilair binnen de eigen organisatie. Circulaire kantoorinrichting is daarbij een belangrijke ontwikkeling. Zo heeft één deelnemer in 2024 55% opgeknapt eigen meubilair ingezet in huisvestingsprojecten. Ook wordt gezocht naar vervanging van kantoorverlichting waarbij het bestaande armatuur behouden blijft.
Vervolg in 2026
De resultaten van de afvalbenchmark zijn gepresenteerd en besproken met de deelnemende kantoren. De bijeenkomst werd als inspirerend ervaren en bood ruimte om ervaringen en tips uit te wisselen. Voor een volgende benchmark is het interessant om naast single-tenant kantoren ook meer aandacht te besteden aan multitenant gebouwen.
Het programma VANG Buitenshuis, dat in opdracht van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat wordt uitgevoerd, is van plan in 2026 opnieuw een afvalbenchmark voor kantoren te faciliteren. Daarbij worden leerpunten en onderzoeksvragen uit deze eerste benchmark meegenomen. Organisaties kunnen zich nog aansluiten via het contactformulier van Rijkswaterstaat.





