De ondernemer vraagt in 2008 advies aan de centrale ondernemingsraad over een wijziging in de organisatiestructuur in Limburg en in West- en Midden-Brabant. Op 27 juni 2008 brengt de cor advies uit. Daarin verwijst hij naar de notitie Knelpunten. De cor adviseert op bepaalde onderdelen positief en op andere onderdelen negatief. Omdat de ondernemer het advies niet voldoende overneemt, gaat de cor in beroep.
Ondernemingskamer
De Ondernemingskamer (OK)vindt de bezwaren van de cor echter te licht. Over de notitie van de cor heeft voldoende overleg plaatsgevonden, weliswaar niet in een overlegvergadering maar wel tijdens een scholingsdag. Het feit dat de notitie van de ondernemer na overleg met de cor nog is aangepast zonder daarover overleg te voeren, vindt de OK weinig elegant, maar dit leidt niet tot het oordeel dat de bestuurder in redelijkheid niet tot het besluit heeft kunnen komen.
Een ander bezwaar van de cor is dat in het besluit niet is ingegaan op zijn stelling dat de taken en bevoegdheden van de operationeel manager lijken op die van de vestigingsmanager, zodat er een onnodige (management)laag wordt gecreëerd. Ook hierin volgt de OK de cor niet. De bestuurder heeft voldoende uiteengezet waarom daartoe is besloten. Gelet op de omvang van de concessie, is besloten de oude functie van de concessiemanager of vestigingsmanager op te heffen en een tweedeling aan te brengen in de operationele aansturing, waarbij – naast de concessiedirecteur – een operationeel manager is belast met de operationele aansturing. De Ondernemingskamer begrijpt dat bij de cor de indruk is ontstaan dat een uitbreiding van de staf met zes nieuwe functies werd voorgesteld. Uit het besluit valt echter af te leiden dat de beschikbare middelen efficiënter kunnen worden ingezet, waardoor er slechts sprake is van een geringe uitbreiding van de staf.
De OK is van oordeel dat de communicatie van de bestuurder met de cor niet uitmunt in helderheid en dat een grotere mate van duidelijkheid had kunnen bijdragen aan begrip bij de cor voor het besluit. De gebreken in de communicatie zijn echter niet van dien aard dat het besluit niet in stand kan blijven.
Commentaar
Het komt wel vaker voor dat een besluit of een besluitvormingsprocedure niet de schoonheidsprijs verdient. Een or die echter met succes een punt wil maken van deze ‘schoonheidsfouten’, moet allereerst de kritiek op de gang van zaken duidelijk hebben opgenomen in zijn advies. Zo niet, dan spelen deze bezwaren in de procedure bij de Ondernemingskamer in het geheel geen rol. Vervolgens moet aannemelijk worden gemaakt dat de ondernemingsraad door de schoonheidsfouten wezenlijk in zijn belangen is geschaad. De Ondernemingkamer kijkt daarbij niet louter naar de formaliteiten, maar feitelijk naar hoe de adviesprocedure is verlopen en hoe partijen hebben gereageerd op elkaar. Duidelijk is dat de OK niet op iedere slak zout legt. Houd daar als ondernemingsraad dus rekening mee.
Hof Amsterdam (OK), 27 mei 2009, 200.011.695 OK
Meer interessante en relevante jurisprudentie vindt u in Rechtspraak voor Medezeggenschap.












